Schrijver

bekijk hier de publicaties van schrijver bijlo!

Diverse publicaties


Columnist in het Algemeen Dagblad (2010-heden)
Op dinsdag, donderdag en zaterdag schrijf ik op de achterpagina van het Algemeen Dagblad een column.
Een dag nadat de column in de krant heeft gestaan, zet ik hem op deze site (zie columnist).

Feuilleton 'De Woordvoerder' in het Maandblad Communicatie (2004-2005)
Vanaf januari 2004 tot half 2005 maakte ik voor het maandblad Communicatie, voor mensen uit de branche het feuilleton De Woordvoerder. Anders dan in mijn gelijknamige roman was deze Woordvoerder niet Otto Iking. Hij is woordvoerder van de minister van integratie.

'Lijstjes' in het NRC Handelsblad (2005)
Vanaf februari tot november 2005 heb ik voor de achterpagina van NRC Handelsblad wekelijks op dinsdag een lijstje gemaakt.
Ward Wijndelts, de nieuwe eindredacteur van de achterpagina, wilde "iets heel anders". Dat betekende helaas, hoewel ze erg aansloegen en ik er veel reacties op kreeg, het einde der lijstjes. Ward was niet op andere gedachten te brengen, dat is zijn goed recht, hij is eindredacteur. We zulen in ieder geval de achterpagina goed in de gaten houden, om te kijken wat dat "iets anders" precies inhoudt. Komrij weg? Van 't Hek weg? We zullen het zien.
Deze Lijstjes, die in de krant omlijst zijn met een soort barokachtig lijstje, zijn geinspireerd op de actualiteit.

De Ottomaanse Herder (2009)

De Ottomaanse herder is een betrouwbare en rustige blindengeleidehond. Een hond die ziet en doorziet, die hoort en luistert. Een hond met een geest die scherper is dan die van de meeste mensen. Maar ook hem kan het te veel worden. Vele eeuwen heeft hij gezwegen, maar nu – in deze memoires – doet hij van zich spreken. Tijd genoeg. In de eindeloze uren dat de mens bezig is zich van hot naar her te slepen, te telefoneren, onzinnige computerspelletjes te spelen, te vergaderen en te fonduen, heeft hij te tijd om na te denken over het leven. De Ottomaanse herder heeft een sterk ontwikkeld rechtsgevoel. In de elfde eeuw droeg hij ongewild bij aan de verspreiding van de radicale islam door een geweld predikende en homohatende blinde imam elke dag van zijn huis naar de moskee te brengen. Hij kende het gedachtegoed van deimam, maar hij was de mening toegedaan dat elke blinde – hoe haatdragend ook – recht heeft op een geleide. En zo blijkt de Ottomaanse herder in retrospectief op nog wel meer momenten in de geschiedenis een cruciale rol te hebben gespeeld. Zijns ondanks. Meer dan een plek in de marge heeft hem dat niet opgeleverd. Erger nog: veracht en veronachtzaamd was hij tot dusverre. Dat moet veranderen, want zelfs een hond – dat is zijn diepste overtuiging – heeft recht op een menswaardig bestaan.



De Woordvoerder (2003)

De woordvoerder is een tragikomische verbeelding van wat er in Nederland is misgegaan tussen 11 september 2001 en 6 mei 2002.
De stem is het waardevolste bezit van de blinde Otto Iking. Daarmee had hij zich omhoog geschreeuwd uit het teneerdrukkende dal van de betutteling. Na het afbreken van zijn studie Nederlands had hij besloten auditie te doen voor een cabaretfestival. Dankzij een overdosis zenuwen en een dramatische val van het toneel wist hij als aankomend cabaretier onmiddelijk zijn naam te vestigen.
Nu, vele jaren later, is hij een gearriveerd cabaretier. Avond aan avond laat hij zijn stem bulderen en donderen en sneren. Hij is een geengageerde artiest, en o wat weet hij toch verdomd goed hoe alles in elkaar zit. 'De wereld is een bak patat geworden,' hoor je hem fulmineren.
Ondanks al die gespierde taal beschouwt Otto Iking zichzelf echter als een nogal marginale pias. Maar dan wordt er op een avond op de deur van zijn kleedkamer geklopt. De net aangetreden lijsttrekker van de Partij van het Volk komt hem vertellen dat hij zeer door Otto's optreden is geraakt. Hij ziet een geestverwant in hem en vraagt hem zitting te nemen in zijn campagneteam. Een opeenstapeling van gebeurtenissen tijdens de bizarre campagne gaat vooraf aan de schokkende dood van de lijsttrekker.




Achttienhoog (2001)

Staand op zijn balkon, achttienhoog op de naargeestige studentenflat aan de Top Naefflaan, het stadsgewoel van Utrecht ver onder hem, droomt Otto Iking van een grootse carrière als literair journalist. Het is een droom die van korte duur zal zijn, maar wel een gelukkige.Otto heeft in 'Achttienhoog' de betuttelende en beschermde omgeving van 'Het instituut' verlaten en stort zich vol overgave in het turbulente studentenleven. Een wereld vol chaos en rumoer, die zowel in intellectueel als erotisch opzicht zinnenprikkelend blijkt te zijn. Hier gaat het om 'overleven', niet zeiken maar doen . Een devies dat de blinde Otto tot zijn lijfspreuk maakt, waarbij zijn gevoel voor humor een belangrijk wapen is in die strijd.'Achttienhoog' beschrijft de introductie van eerstejaarsstudent Nederlands Otto Iking. Op komische, maar ook ontroerende wijze dompelt Vincent Bijlo zijn alter ego Otto diep onder in de troebele studentenwereld. Herkenbare vermakelijke situaties afgewisseld met triest stemmende gebeurtenissen worden met een verrassend scherp gevoel voor humor neergezet. 'Achttienhoog' is het tweede boek van Vincent Bijlo. Zijn debuut, 'Het instituut', werd zeer lovend ontvangen en beleefde een aantal herdrukken.De pers over 'Het instituut': De humor en de taalbeheersing van de schrijver tillen het boek ver boven een particuliere wraakoefening uit. - NRC Handelsblad Een staaltje van durf en moed waar ik mijn petje voor afneem. - De Telegraaf [...] vanwege het onderwerp en de onverwachte harde humor een bijzondere roman. - Leeuwarder Courant [...] een overtuigende en soms zelfs ontroerende kleine roman. - Utrechts Nieuwsblad 'Het instituut' loopt over van het soort zwarte blindenhumor waar zienden zich nooit aan durven wagen. - Humo

Benieuwd? Lees hier het eerste hoofdstuk van Achttienhoog!




Het Instituut (1998)

In Het instituut volgen we de belevenissen van Bijlo's alter ego Otto Iking. Iking zit in de laatste klas van de lagere school in het instituut voor blinden en slechtzienden te Bussem/Huizen. We krijgen een portret van Otto en zijn medeleerlingen uit huisje 1, De Vink, door iedereen De Blinde Vink genoemd. Daarmee is de toon gezet voor een reeks kwajongensstreken en andere avonturen, die met veel zelfspot en cynisme vertelt worden. Otto zit te popelen om naar het gewone onderwijs over te stappen. Otto is niet van zin de beperkingen van zijn handicap te aanvaarden. Op hulp van zijn ouders moet hij niet rekenen, want zijn moeder heeft een alcoholprobleem en zijn vader is een sul, die geen verantwoordelijkheid aankan.

Er zit dus een bittere bijsmaak aan de humor van Bijlo. Zienden en blinden verstaan die humor blijkbaar op een verschillende manier. Voor zienden kan de zelfspot soms shockerend overkomen, vooral als je weet dat de auteur er geen seconde spijt van heeft blind te zijn (Laat mij maar lekker blind); voor blinden is het een middel van herkenning. Al bij al een goed boekje met een onverwachte kijk op het leven.

Benieuwd? Lees hier het eerste hoofdstuk van Het Instituut!



De pers over Het instituut:

* [...] de humor en de taalbeheersing van de schrijver tillen het boek ver boven een particuliere wraakoefening uit. NRC Handelsblad

* Een staaltje van durf en moed waar ik mijn petje voor afneem. De Telegraaf.

* [...] vanwege het onderwerp en de onverwachte harde humor een bijzondere roman. Leeuwarder Courant.

* [...] een overtuigende en soms zelfs ontroerende kleine roman. Utrechts Nieuwsblad.